Psychotherapie
Cognitieve therapie
Cognitieve therapie is vooral gebaseerd op het model van Clark. Een paniekaanval wordt in dit model beschouwd als een "catastrofale misinterpretatie van een prikkel die van binnenuit komt". Het bekendste voorbeeld is het ten onrechte interpreteren van hartkloppingen als een teken dat wijst op een hartinfarct. De angst die hiervan het gevolg is, leidt tot een stimulatie van autonome zenuwstelsel. Dit uit zich onder andere in versneld ademhalen en transpireren, hetgeen aanleiding geeft tot nog meer angst, waardoor weer meer klachten en tenslotte kan een paniekaanval het gevolg zijn. De cognitieve therapeut daagt de patiënt uit de irrationele gedachten te corrigeren door bijvoorbeeld de patiënt informatie te laten verzamelen over klachten die vooraf gaan aan een (in dit voorbeeld) hartinfarct. Het resultaat is uiteindelijk dat hartkloppingen niet langer gekoppeld worden aan een hartinfarct, maar dat de patiënt zich realiseert dat deze ongevaarlijk zijn en spontaan kunnen optreden. Met cognitieve therapie wordt 40 tot 90 procent van de patiënten paniekvrij. Des te meer vermijdingsgedrag aanwezig is, des te lager het succespercentage.
Gedragstherapie
Gedragstherapie bij een paniekstoornis maakt met name gebruik van "exposure"en ontspannings- en ademhalingsoefeningen. Bij exposure in vivo worden de patiënten blootgesteld aan situaties die angst oproepen. Begonnen wordt met een situatie die het minst angstig is en geleidelijk wordt toegewerkt naar de meest gevreesde situatie. Deze techniek richt zich met name op het doorbreken van de agorafobische klachten.Deze therapie is redelijk succesvol, maar toch reageert bijna eenderde van de patiënten niet of onvoldoende op de behandeling. Bovendien keren na beëindiging van de behandeling de klachten bij een deel van hen terug.
Behandelduur
In een recent overzichtsartikel van psychiater Bakker wordt ondermeer beschreven dat er onduidelijkheid bestaat rond de optimale behandelduur en het percentage patiënten dat na het staken van een behandeling klachtenvrij is. In de meeste behandelonderzoeken wordt, aldus Bakker, gerapporteerd over behandelingen die in de regel niet meer dan drie maanden in beslag nemen. In deze periode vinden bij cognitieve en gedragstherapeutische interventies acht tot twaalf zittingen plaats. Maar, aldus Bakker, "het blijkt dat nabehandeling vaak noodzakelijk is, soms gedurende vele jaren, zij het in een veel lagere frequentie". "Als", zo adviseert Bakker, "gekozen wordt voor medicamenteuze behandeling, moet men uitgaan van een behandeltermijn van ten minste zes tot negen maanden nadat de werking van het middel is opgetreden".
Informatie uit www.hulpgids.nl.
Voedingssupplementen
Buiten de voedingssupplementen die besproken worden in ‘waarom deze site' zijn er verder bij de maker van deze site geen andere voedingssupplementen bekend die kunnen helpen bij de voorkoming van paniekaanvallen. Bezoekers die meer effectieve homeopathische middelen weten, kunnen dit doorgeven op ons forum.
|